Plantnaam (met plaatje rechts)

Kort introverhaal

Moeilijkheid

Makkelijk Gemiddeld Moeilijk (beschrijving waar de moeilijkheid wel/niet ligt, bijvoorbeeld standplaats, bodem, zon, kas, gevoeligheid voor ongedierte, slechte kiemer, duurt lang, etc.)

Rassen en hun eigenschappen

(vroeg/midden/laat, opbrengst, smaak, resistentie tegen vanalles, goed in te vriezen)

Zaden, pootgoed of plantgoed

(ge-ent, F1, knol/bolgrootte)

Zaaitijd, opkweek, (ver)planttijd en oogsttijd

(Beschrijving wanneer wat moet gebeuren)

Standplaats, plantafstand en plant/zaai diepte

(Waar poten / zaaien, hoe ver van elkaar en hoe diep)

Bodem en bemesting

(Welke bodem is geschikt, welke bemesting is nuttig en wanneer)

Goede en slechte combinaties

(wortel/ui is goed, aardbei/aardappel is slecht)

Bescherming en verzorging

(voorkiemen, aanaarden, vorst, onkruid wieden, water, vogels, bodembedekking, ook verzorging van een bedje over de jaren)

Ziektes en ongedierte

(welke ziektes en ongedierte komen vaak voor bij deze gewassen, dus waar moet je op letten)

Hulpmiddelen

(kas, koude bak, stokken, gaas)

Vermeerderen

(stekken, afleggen, zelf zaad kweken, splitsen)

Snoeien

(hoe, wanneer, verschillende vormen, structuursnoei, uitdunnende snoei, vervangende snoei)

Oogsten

(Hoe te oogsten, wat zijn tekenen dat het gewas klaar is om geoogst te worden)

Bewaren

(Is de oogst goed te bewaren, wat zijn de mogelijkheden om de oogst te bewaren)

   
© VVCL