Er zijn diverse snoeimethoden die per land, streek en druivensoort verschillen en waarbij voor en nadelen zijn aan te geven. De twee bekendste snoeimethoden zijn: Guyot snoei en Cordon snoei.


Guyot snoei: geeft meer opbrengst omdat de meeste vruchtbare ogen behouden blijven. De belasting van de stok is echter groot waardoor de kwaliteit achteruit kan gaan. Al het tweejarige hout wordt weggesneden waardoor eventueel door schimmel aangetast hout weg valt. Elk jaar moet(en) een (enkel guyot) of twee (dubbel guyot) nieuwe scheut(en) platgelegd en aangebonden worden. Dit is een tijdrovend en precies werk omdat de kans op scheuring (breuk) aanwezig is. Er blijft weinig oud hout aan de wijnstok waardoor er mogelijk onvoldoende reserves kunnen ontstaan.

snoeienguyot1snoeienguyot2snoeienguyot3

Cordon snoei: maakt grote stokafstand mogelijk. Bij de stam met een of twee meerjarige zijtakken worden de scheuten elk jaar tot twee á drie ogen teruggesnoeid. Hieruit groeien in het voorjaar de nieuwe twijgen waaraan de trossen komen. De meerjarige takken zijn goed bestand tegen vorst en hebben een grotere reserve opgebouwd. Een nadeel is dat deze methode altijd een aantal scheuten zonder vruchten geeft die in de loop van het jaar verwijderd moeten worden.

snoeiencordon1snoeiencordon2snoeiencordon3

Zomer snoei: in de zomer worden de niet bloeiende uitlopers op 5 tot 7 bladeren teruggeknipt om zorg te dragen voor groeikracht en voldoende suikers in de druiven. Ook kunnen de in de bladoksel gevormde dieven hierbij eventueel een rol spelen als er onvoldoende gezond blad aan de hoofscheuten zit. Normaal gesproken haal je de dieven telkens weg. Snoei de bloeiende scheuten tot twee bladeren boven de derde tros terug. Bij tafeldruiven snoei je tot twee bladeren boven de eerste tros terug. Te laat verwijderen van de overtollige scheuten kan ertoe leiden dat de bessen door wateronttrekking door de overtollige scheuten en de weelderige groei ervan verdrogen en afvallen.

Winter snoei: Direct nadat de laatste bladeren in de herfst zijn afgevallen, kan je starten met snoeien. Meestal is dit het geval na een eerste lichte vorst. In principe kan de snoei uitgesteld worden tot maximaal half maart. Snoei niet bij temperaturen onder de -3C tot -5C vorst (lichte tot matige vorst)! om invriezen van de snoeiwonden te voorkomen. In de aangegeven snoeiperiode verkeert de druivenstok in 'rust', dat wil zeggen dat de sapstroom in alle levende delen van de plant minimaal is. De wijze waarop gesnoeid moet worden, is afhankelijk van het druivenras. Als vuistregel kan gehanteerd worden, dat voor de 'witte rassen' de stengel teruggesnoeid moet worden tot op 4 - 5 ogen of knoppen; de 'blauwe rassen' worden teruggezet tot op 2 -3 ogen.
Deze vuistregel geldt uitsluitend voor de 'leggers'. Alle andere stengels die tussen de 'leggers' gegroeid zijn, kunnen volledig bij de spil worden weggesnoeid. Let erop, dat u ook de nieuw te vormen 'leggers' selecteert, zodat de omvang of hoogte van de wijnstok kan toenemen! Is er echt geen plaats meer voor nieuwe 'leggers' of wordt de wijnstok te hoog, dan kunnen de stengels aan de 'kop' worden weggesnoeid.
In de loop der jaren zult u merken dat de 'leggers' verhouten en hun typische gedraaide vorm verkrijgen. Toch zullen er steeds voldoende nieuwe, 'slapende' ogen zijn om het beschreven proces van jaarlijkse snoei uit te voeren.